Schrijver De Richel

Ton Davids


Ton Davids is op 10 februari 1957 in Den Haag geboren als Antonius Johannes Davids. Hij is opgegroeid op diverse plekken in het westen van het land [Muiden, Haarlem & Capelle a.d. IJssel] en ging daar ook naar de lagere school. Van enig 'schrijftalent' was niets te merken. Vooral Nederlandse dictees waren niet zijn sterkste kant.

Ton heeft een nogal grote neus en menigeen vindt het geestig om daar grappen over te maken. Het beste wapen is 'nog betere humor', dus Ton wapent zich met een flink portie humor. Hij merkt dat het leuk is om mensen aan het lachen te maken. Humor komt ook goed van pas als hij zich gaat bezighouden met het opvoeren van 'stukjes' op de diverse klassenavonden. Waarschijnlijk is 'Billie Billepeuter' een van de eerste creaties van Ton. Billie Billepeuter heeft nooit echt op het podium mogen klimmen en stierf een zachte dood ergens tussen de schooltassen en de schoolmelk.


Op de middelbare school [het Rotterdamsch Lyceum] is wel een podium en Ton voelt hier een grote aantrekkingskracht vanuit gaan.Iedere gelegenheid neemt Ton te baat om op het podium te kruipen - desnoods veinst hij een muziekinstrument te kunnen spelen [piano - halverwege het concert deed men het licht aan en ontruimde de zaal]. Wat blijft is de aantrekkingskracht van het podium. Bij ieder podium dat Ton ziet vraagt hij zich af hoe het zou zijn om erop te mogen staan. Dat gevoel raakt hij nooit meer kwijt...

Ton schrijft in de schoolkrant en rommelt wat met verhaaltjes in een reeds lang vergaan schoolschrift. Af en toe een beetje cabaret, maar echt toneel wordt het niet. Wel kijkt hij geïntrigeerd naar het fotoboek van tante Ans, speelster bij 'die Hage Spelers'. Mooie zwart-wit foto's met mooie verhalen en nog mooiere verhalen achter de verhalen. "Ga dan ook bij het toneel" zegt tante Ans, maar dat durft Ton toch niet.


Inmiddels is Ton in Groningen begonnen met de studie geneeskunde; weinig tijd voor een podium of verhalen. In 1985 behaalt hij de artsenbul. Hij vindt dan werk in het ziekenhuis van Drachten. Sjeek Spier is de toneelclub van dit ziekenhuis en na enig aarzelen begint hij bij deze club te spelen. Toneel is net zo leuk als het al die tijd had geleken. Ton is verkocht. Hij verhuist echter naar Enschede. Vervolgens vindt hij in Oldenzaal zijn huidige toneelclub: Kunst naar Kracht.

Ton wordt huisarts in Enschede maar mag ook in de leescommissie op zoek gaan naar 'speelbare' toneelstukken. Dat laatste valt tegen. Volgens Ton is er veel ongein en weinig echte leuke humor. Opeens roept hij: "Dat kan ik ook!" en drie weken later is het eerste toneelstuk af; Een Gast te Veel. De première van dit stuk vindt in Drachten plaats bij zijn oude club. En dat op de dag na de geboorte van zijn dochter.


Ton vindt de juiste combinatie tussen 'genezen' en 'toneel'. Overdag in de praktijk en 's avonds oefenen voor het nieuwe stuk [inmiddels als regisseur] of naar boven en achter de computer werken aan een nieuw toneelstuk. De huisartsgeneeskunde als boeiend werk en inspiratiebron; toneelschrijven als ontspanning.

Ton probeert in zijn stukken een evenwicht te vinden tussen humor en een verhaal "dat ergens over gaat". Hij lijkt daarbij vaak te kiezen voor de 'underdog'. Vaak zijn de verhalen verassend actueel en de humor ontwapenend. Personages zijn met al hun gebreken, 'gektes' en tekortkomingen toch levensecht en bij tijden vertederend. Met zijn laatste stuk 'Bonzen' bewijst Davids dat hij ook een spannend verhaaltje op het toneel kan neer zetten.