Schrijver Een onderwereldse glimlach

Lars Noren

Lars Norén

Lars Norén wordt in 1944 geboren in Stockholm. Zijn moeder is een domineesdochter en zijn vader de eigenaar van een klein hotel in het zuiden van Zweden, waar Norén het grootste deel van zijn jeugd doorbrengt. Hij begint
al vroeg te schrijven en op zestienjarige leeftijd verlaat hij het platteland om
zijn geluk te wagen in de hoofdstad.

Op zijn twintigste, kort nadat zijn moeder aan kanker overlijdt, verblijft hij voor een paar maanden in een psychiatrische instelling. Diagnose: schizofrenie.
Behandeling: elektroshocks. Dit houdt hem echter niet tegen om verder te schrijven en net als vele andere Scandinavische auteurs, begint hij zijn carrière als dichter.

Hij debuteert met de romantisch getinte poëziebundel ‘Seringen, sneeuw’. Gedurende de jaren zestig en zeventig groeit Norén uit tot één van de belangrijkste en meest productieve dichters van zijn generatie. Het dagelijkse
leven, wanhoop, liefde, afkeer, revolte of politiek – geen enkel thema is de jonge schrijver vreemd. Ondertussen wijdt Norén zich eveneens aan zijn eerste roman, ‘De Imkers’ (1970).

In 1973 schrijft Lars Norén zijn eerste theaterstuk ‘De Vorstenlikker’, dat een schandaal veroorzaakt en na vier opvoeringen van het repertoire wordt gehaald. Hierdoor raakt de schrijver ontmoedigd en hij besluit om te stoppen
met het schrijven van theaterteksten. Norén zal zich gedurende enkele jaren opnieuw uitsluitend aan de poëzie wijden.

Het is uiteindelijk dankzij de Nederlandse dramaturg/regisseur en goede vriend Karst Woudstra dat hij opnieuw gaat schrijven. Sindsdien schrijft hij reeds dertig jaar onafgebroken
theater. Intussen is Lars Norén uitgegroeid tot één van de actiefste en meest gespeelde toneelauteurs van onze tijd. Hij wordt beschouwd als de invloedrijkste stem van het hedendaagse Scandinavische theater en de belangrijkste
toneelschrijver sinds August Strindberg. In 1983 wordt hij in Zweden bekroond met de titel 'toneelschrijver van het jaar' en ook in Nederland wordt de Zweed een zeer populair auteur.

De stukken die Norén aflevert in de jaren tachtig zijn stuk voor stuk variaties op hetzelfde thema. De kern van zijn vroege stukken wordt gevormd door de familie en meer in
het bijzonder het gezin. Binnen het emotioneel geladen kluwen van de gezinsverhoudingen trachten individuen zich staande te houden. De teksten gaan in op het paradoxale samengaan van gebondenheid en afstoting tussen vaders, moeders, dochters, zonen en andere verwanten.

Bron: Programmaboekje Guerre van De Singel