Algemene theaterimprovisatietechnieken


ALGEMEEN

Volg je impulsen!

Niet te veel tekst. Oogcontact. Aanvoelen.

Aanvoelen wanneer scène afgelopen is. Vanuit oogcontact en ademhaling de scène samen beëindigen.

Buik is centrum van alle actie. Stevigheid en lage stem vanuit je buik.

Als je huilt op toneel, moet je echt huilen (vanuit de buik). Niet doen alsof.

Niks mimen!

Stem richten.

Goed articuleren.

Constant concentratie, ook aan de kant.



COMPONEREN

Bijvoorbeeld componeren van voorstelling op kleed met vlakken.

Afwisselen stille, drukkere scènes en gesproken/ongesproken.

Scèneovergangen strak.

Vaak oefenen.